Bewustzijn. Het mag misschien een wat technisch woord lijken, maar het gaat om iets waar elke gelovige vandaag mee te maken heeft: contextualisatie. Als er iets opvalt bij het begin van de christelijke kerk in de eerste eeuw is het wel het vermogen tot contextualisatie: het vermogen om het goede nieuws van God te implementeren in verschillende culturen. Bij contextualisatie gaat het om meer dan gevoeligheid voor de eigen context: je kunt daar op een vruchtbare manier mee omgaan en die context zelfs positief beïnvloeden.

Samenleving. Concreet voor vandaag is dit thema ergens de tegenhanger van spiritualiteit. Niet de binnenkant, het brongebied van geloven, maar juist de uitwerking, de toepassing ervan. Dat gaat over taal: ben je verstaanbaar naar de ander die niet bij voorbaat christelijk denkt? Kun je aansluiten bij je omgeving, ook als die samenleving in een post-christelijke fase is gekomen. Hier ligt een spanningsveld tussen boodschap en leefwereld. Maar hier liggen ook vragen over hoe je zelf authentiek hiermee omgaat als kerk. Het raakt aan het verwoorden van geloof, maar ook aan de manier waarop we de kerk inrichten en organiseren. Helpt die manier om het geloof ook te leven en anderen te laten delen in het goede?